Staar bij Oudere Honden
Troebele ooglenzen en verminderd zicht: alles over staar bij je senior hond.
Wat is staar?
Staar, of cataract, is een aandoening waarbij de normaal heldere lens in het oog troebel wordt. De lens bevindt zich achter de iris (het gekleurde deel van het oog) en is normaal transparant, zodat het licht ongehinderd kan passeren en op het netvlies valt. Bij staar worden de eiwitten in de lens aangetast, waardoor ze samenklitten en een wit-blauwachtige troebeling vormen. Afhankelijk van de grootte en locatie van de troebeling kan het zicht licht tot ernstig worden beperkt.
Het is belangrijk om staar te onderscheiden van nucleaire sclerose, een normale verouderingsverandering van de lens waarbij deze een blauwachtig-grijze waas krijgt maar het zicht niet significant wordt beperkt. Nucleaire sclerose komt bij vrijwel alle honden boven de 7 jaar voor en vereist geen behandeling. Een dierenarts kan het verschil bepalen met een oogonderzoek. Staar daarentegen is een progressieve aandoening die zonder behandeling tot blindheid kan leiden.
Oorzaken van staar bij honden
Er zijn verschillende oorzaken voor staar bij honden. Erfelijke staar is de meest voorkomende vorm en kan op elke leeftijd optreden, afhankelijk van het ras. Diabetische staar ontwikkelt zich als complicatie van diabetes mellitus en kan zeer snel ontstaan, soms binnen dagen. De hoge suikerspiegel in het oog trekt water aan, waardoor de lens opzwelt en troebel wordt. Ouderdomsstaar ontwikkelt zich geleidelijk bij oudere honden als onderdeel van het natuurlijke verouderingsproces.
Andere oorzaken zijn trauma aan het oog, chronische oogontsteking (uveïtis), blootstelling aan toxische stoffen en voedingsdeficiënties. Rassen met een verhoogd risico op erfelijke staar zijn onder andere de Cocker Spaniël, Poedel, Labrador Retriever, Boston Terriër, Welsh Springer Spaniël en Siberische Husky. Bij deze rassen wordt oogscreening als onderdeel van het fokbeleid aanbevolen.
Symptomen en progressie
Het meest zichtbare symptoom van staar is een witte of blauwachtige troebeling in het oog. In het begin kan de troebeling klein zijn en het zicht niet merkbaar beperken. Naarmate de staar vordert, wordt de troebeling dichter en groter, en neemt het zicht af. Je hond kan tegen meubels aanlopen, onzeker worden op onbekend terrein, schrikken van plotselinge aanraking of moeite hebben met het vinden van speelgoed.
Staar wordt ingedeeld in stadia: beginnend (minder dan 15 procent van de lens aangetast), onrijp (15-99 procent), rijp (volledig troebel) en overrijp (de lens begint op te lossen). In het overrijpe stadium kan de lens lekken, wat een ernstige oogontsteking veroorzaakt. Daarom is het belangrijk om staar te monitoren, zelfs als je besluit niet te opereren.
Behandeling: operatie
De enige effectieve behandeling voor staar is chirurgische verwijdering van de troebele lens, een procedure genaamd phacoemulsificatie. Bij deze operatie wordt de lens met ultrasone trillingen verbrijzeld en opgezogen. Vaak wordt een kunstlens geplaatst om het zicht te herstellen. De operatie wordt uitgevoerd door een veterinair oogspecialist en heeft een succespercentage van ongeveer 90 tot 95 procent.
Niet elke hond is een geschikte kandidaat voor staaroperatie. De oogarts beoordeelt het netvlies met een electroretinogram (ERG) om te controleren of het netvlies nog functioneert. Honden met ernstige oogontsteking, netvliesafwijkingen of andere oogziekten komen mogelijk niet in aanmerking. De kosten van de operatie zijn aanzienlijk, en de nazorg vereist meerdere weken oogdruppels en controles.
Leven met een blinde hond
Als een operatie niet mogelijk of gewenst is, kunnen veel honden goed leren omgaan met verminderd zicht of blindheid. Honden vertrouwen meer op geur en gehoor dan op zicht, en passen zich vaak verrassend goed aan. Houd meubels op dezelfde plek, gebruik geurgidsen bij trappen en deuren, en praat tegen je hond zodat hij weet waar je bent. Met geduld en kleine aanpassingen kan een blinde hond nog een gelukkig en vervuld leven leiden.