Pancreatitis (Alvleesklierontsteking) bij Honden
Een pijnlijke ontsteking van de alvleesklier die veel voorkomt bij oudere honden.
Wat is pancreatitis?
Pancreatitis is een ontsteking van de alvleesklier (pancreas), een orgaan dat achter de maag ligt en twee belangrijke functies heeft: het produceren van spijsverteringsenzymen en het reguleren van de bloedsuikerspiegel via insuline. Bij pancreatitis worden de spijsverteringsenzymen voortijdig geactiveerd, nog voordat ze de darm bereiken, waardoor ze de alvleesklier zelf gaan verteren. Dit veroorzaakt ernstige ontsteking, pijn en in ernstige gevallen levensbedreigende complicaties.
Pancreatitis kan acuut of chronisch zijn. Acute pancreatitis komt plotseling op en kan variëren van mild tot levensbedreigend. Chronische pancreatitis is een langdurige, sluimerende ontsteking die herhaaldelijk oplaait. Bij oudere honden komt chronische pancreatitis vaker voor en kan het leiden tot permanente schade aan de alvleesklier, met als gevolg diabetes mellitus of exocriene pancreasinsufficiëntie.
Symptomen
De symptomen van pancreatitis variëren in ernst. De meest voorkomende tekenen zijn braken, verminderde eetlust of volledige weigering van voedsel, buikpijn en lusteloosheid. Je hond kan een typische "bidhouding" aannemen, met de voorkant laag en het achterste omhoog, om de buikpijn te verlichten. Diarree kan voorkomen, soms met bloed. Koorts, uitdroging en een pijnlijke buik bij aanraking zijn andere aanwijzingen.
Bij ernstige pancreatitis kan de hond in shock raken, met bleke tandvliezen, snelle hartslag en oppervlakkige ademhaling. Complicaties zoals verspreide intravasale stolling (DIC), nierfalen en orgaanfalen kunnen optreden en zijn levensbedreigend. Mildere vormen van pancreatitis kunnen zich uiten als vage, intermitterende buikklachten, verminderde eetlust en algemeen onwel zijn, waardoor de diagnose vertraging kan oplopen.
Oorzaken en risicofactoren
De exacte oorzaak van pancreatitis is niet altijd te achterhalen. Een vetrijk dieet of het eten van vetrijk voedsel, zoals tafelkliekjes of een bord met kerstdiner, is een bekende trigger. Bepaalde medicijnen, waaronder sommige anti-epileptica en corticosteroïden, kunnen pancreatitis veroorzaken. Hormonale aandoeningen zoals hypothyreoïdie, de ziekte van Cushing en diabetes mellitus verhogen het risico.
Miniatuur Schnauzers hebben een genetische aanleg voor hoge vetwaarden in het bloed (hyperlipemie) en ontwikkelen daardoor vaker pancreatitis. Andere rassen met een verhoogd risico zijn Yorkshire Terriers, Cocker Spaniëls en Poedels. Overgewicht is een significante risicofactor. Oudere honden zijn over het algemeen vatbaarder dan jongere honden.
Diagnose en behandeling
De diagnose wordt gesteld op basis van symptomen, bloedonderzoek en beeldvorming. Een specifieke bloedtest, de canine pancreasspecifieke lipase (cPLI of Spec cPL), is de meest betrouwbare test voor het vaststellen van pancreatitis. Echografie van de buik kan veranderingen in de alvleesklier en omliggende weefsels aantonen. Standaard bloedonderzoek toont vaak verhoogde leverwaarden en tekenen van ontsteking.
De behandeling is ondersteunend, want er is geen specifiek medicijn tegen pancreatitis. Intraveneuze vloeistoftherapie bestrijdt uitdroging, anti-emetica stoppen het braken, en pijnstillers zijn essentieel voor het comfort van de hond. Anders dan vroeger gedacht werd, wordt tegenwoordig aangeraden om zo snel mogelijk weer voeding aan te bieden, met kleine porties van een vetarm, makkelijk verteerbaar dieet. Na herstel is een levenslang vetarm dieet aanbevolen om terugval te voorkomen. Vermijd tafelkliekjes en vetrijke snacks volledig.