Droge Ogen (KCS) bij Oudere Honden
Keratoconjunctivitis sicca: wanneer de traanproductie tekortschiet en je hond last krijgt van droge, geïrriteerde ogen.
Wat zijn droge ogen bij honden?
Droge ogen, medisch bekend als keratoconjunctivitis sicca (KCS), is een veelvoorkomende oogaandoening bij honden waarbij de traanklieren onvoldoende traanvocht produceren. Tranen zijn essentieel voor de gezondheid van het oog: ze houden het hoornvlies vochtig, spoelen vuil en bacteriën weg, leveren zuurstof en voedingsstoffen, en zorgen voor een glad optisch oppervlak. Wanneer de traanproductie tekortschiet, wordt het oog kwetsbaar voor beschadiging en infectie.
KCS komt veel voor bij oudere honden en wordt vaak onderschat. Zonder behandeling kan het leiden tot chronische pijn, hoornvlieszweren, littekenvorming en uiteindelijk blindheid. De aandoening kan één of beide ogen treffen en varieert in ernst van mild ongemak tot ernstige oogbeschadiging. Vroege diagnose en consequente behandeling zijn cruciaal om het zicht te behouden en je hond comfortabel te houden.
Oorzaken
De meest voorkomende oorzaak van KCS bij honden is immuungemedieerde ontsteking van de traanklieren, waarbij het afweersysteem de eigen traanklieren aanvalt en beschadigt. Dit is vergelijkbaar met het syndroom van Sjögren bij mensen. Andere oorzaken zijn medicijnbijwerkingen (met name sulfonamide-antibiotica), virale infecties (zoals het hondenziektevirus), aangeboren afwezigheid van traanklieren en zenuwbeschadiging.
Bij oudere honden kan de traanproductie ook geleidelijk afnemen als onderdeel van het verouderingsproces. Chirurgische verwijdering van de klier van het derde ooglid (cherry eye operatie) vermindert de traanproductie omdat deze klier normaal 30 tot 50 procent van de tranen produceert. Bepaalde rassen zijn genetisch vatbaar voor KCS, waaronder de Cavalier King Charles Spaniël, Engelse Bulldog, West Highland White Terrier, Shih Tzu, Lhasa Apso en Yorkshire Terrier.
Symptomen herkennen
De meest opvallende symptomen zijn dikke, slijmerige of etterende ooguitvloei, roodheid van het oog en de oogleden, en een doffe, matte uitstraling van het hoornvlies. Je hond kan overmatig knipperen, het oog dichtknijpen of met de poot aan het oog wrijven. Bij langdurig bestaande KCS kan het hoornvlies bruin verkleuren door pigmentatie, een poging van het lichaam om het onbeschermde hoornvlies te beschermen.
Hoornvlieszweren komen vaak voor bij honden met KCS en zijn erg pijnlijk. Je hond kan lichtschuw zijn en het oog gesloten houden. In ernstige gevallen kan het oog permanent beschadigd raken door littekenvorming en pigmentatie, wat leidt tot verminderd zicht. De symptomen kunnen verward worden met een gewone oogontsteking, waardoor de onderliggende oorzaak soms pas laat wordt onderkend.
Diagnose en behandeling
De diagnose wordt gesteld met de Schirmer traantest, een eenvoudige test waarbij een speciaal filterpapierstrookje in de onderste ooglidsplooi wordt geplaatst om de traanproductie gedurende één minuut te meten. Een waarde onder de 15 mm per minuut is verdacht, en onder de 10 mm per minuut bevestigt de diagnose KCS. De dierenarts controleert ook het hoornvlies op zweren met fluoresceïne oogdruppels.
De behandeling bestaat uit immuunsuppressieve oogzalf, meestal cyclosporine of tacrolimus, die de immuungemedieerde ontsteking van de traanklieren remt en de traanproductie stimuleert. Dit medicijn moet levenslang worden toegediend, meestal tweemaal daags. Kunsttranen worden aanvullend gebruikt om het oog vochtig te houden. Antibiotische oogzalf kan nodig zijn bij secundaire infecties. De meeste honden reageren goed op behandeling, hoewel het enkele weken kan duren voordat de traanproductie verbetert. Consistent doorgaan met de medicatie is essentieel, ook als het beter lijkt te gaan.