Maagdraaiing (Maagtorsie) bij Honden
Een levensbedreigende noodsituatie: herken de symptomen en handel snel.
Wat is maagdraaiing?
Maagdraaiing, officieel maag dilatatie-volvulus (GDV) genoemd, is een van de meest ernstige spoedeisende aandoeningen bij honden. Bij deze aandoening zet de maag zich op met gas en vloeistof (dilatatie) en draait vervolgens om zijn as (volvulus). Door het draaien worden de in- en uitgang van de maag afgesloten, waardoor het gas niet kan ontsnappen en de maag steeds verder opzwelt. De gedraaide maag klemt bloedvaten af, waardoor de bloedtoevoer naar de maag en andere organen wordt verstoord.
Zonder onmiddellijke behandeling is maagdraaiing fataal. Het is een absolute noodsituatie die binnen minuten tot uren kan leiden tot shock, orgaanfalen en overlijden. Naar schatting overlijdt 20 tot 45 procent van de honden met maagdraaiing, zelfs met behandeling. Hoe sneller de behandeling wordt gestart, hoe beter de prognose. Elk baasje van een groot ras zou de symptomen moeten kennen om snel te kunnen handelen.
Symptomen herkennen
De symptomen van maagdraaiing zijn dramatisch en ontwikkelen zich snel. Het meest kenmerkende teken is een opgeblazen, strak gespannen buik. Je hond probeert te braken maar er komt niets of slechts schuim uit. Dit onproductief braken is een alarmsignaal. Je hond is extreem onrustig, kan niet comfortabel liggen en ijsbeert heen en weer. Overmatig kwijlen is een veelvoorkomend symptoom.
Naarmate de toestand verslechtert, wordt je hond zwakker, kan hij niet meer staan en vertoont tekenen van shock: bleke tandvliezen, snelle hartslag en oppervlakkige ademhaling. De buik kan bij tikken een hol, trommelachtig geluid geven. Als je deze symptomen herkent, ga dan onmiddellijk naar de dichtstbijzijnde dierenartsspoedhulp. Bel onderweg zodat ze zich kunnen voorbereiden. Elke minuut telt.
Risicofactoren
Maagdraaiing komt het meest voor bij grote en diepe-borstkas rassen. Deense Doggen hebben het hoogste risico, met een kans van 30 tot 40 procent om gedurende hun leven een maagdraaiing te ontwikkelen. Andere hoog-risico rassen zijn de Duitse Herder, Sint-Bernard, Weimaraner, Ierse Setter, Gordon Setter, Dobermann en Akita. Maar maagdraaiing kan bij elk ras voorkomen, ook bij kleinere honden.
Het risico neemt toe met de leeftijd. Honden ouder dan 7 jaar hebben een tweemaal zo hoog risico als jongere honden. Andere risicofactoren zijn het eten van één grote maaltijd per dag, snel eten, verhoogde voerbak, intensieve beweging kort na het eten, een angstig of gestrest temperament, en een familiegeschiedenis van maagdraaiing. Magerheid lijkt ook een risicofactor te zijn.
Behandeling
De behandeling van maagdraaiing is altijd chirurgisch en begint met stabilisatie van de patiënt. De hond krijgt een infuus om de bloeddruk te herstellen en de shock te bestrijden. De maag wordt via een buis of naald ontlast om de druk te verminderen. Zodra de hond stabiel genoeg is, wordt een spoedoperatie uitgevoerd om de maag terug te draaien en te controleren op afgestorven weefsel.
Tijdens de operatie voert de chirurg een gastropexie uit: de maag wordt aan de buikwand vastgehecht om toekomstige draaiing te voorkomen. Afgestorven delen van de maag of milt worden verwijderd. Na de operatie wordt de hond intensief gemonitord op complicaties zoals hartritmestoornissen, die frequent optreden in de eerste 72 uur na een maagdraaiing.
Preventie
Bij hoog-risico rassen kan een profylactische gastropexie worden overwogen, waarbij de maag preventief wordt vastgehecht, bijvoorbeeld tijdens de sterilisatie of castratie. Dit voorkomt de draaiing maar niet de opzetting. Voedingsmaatregelen die het risico kunnen verlagen zijn het verdelen van de dagelijkse portie over twee tot drie kleinere maaltijden, het gebruik van een anti-schrokbak om snel eten te voorkomen, en het vermijden van intensieve beweging één uur voor en twee uur na het eten. Ken de symptomen en heb het telefoonnummer van de dichtstbijzijnde dierenartsspoedhulp altijd bij de hand.