Chronisch Nierfalen bij Oudere Honden
Wanneer de nieren langzaam hun functie verliezen: herkenning, behandeling en kwaliteit van leven.
Wat is chronisch nierfalen?
Chronisch nierfalen, ook wel chronische nierziekte (CKD) genoemd, is een geleidelijk en onomkeerbaar verlies van nierfunctie dat veel voorkomt bij oudere honden. De nieren vervullen essentiële functies: ze filteren afvalstoffen uit het bloed, reguleren de vochtbalans en bloeddruk, produceren hormonen die rode bloedcellen aanmaken en activeren vitamine D. Wanneer de nieren niet meer goed functioneren, hopen afvalstoffen zich op in het bloed, wat leidt tot vergiftiging van het lichaam.
Net als bij leverziekte hebben de nieren een groot reservevermogen. Symptomen worden pas zichtbaar wanneer ongeveer 70 tot 75 procent van de nierfunctie verloren is gegaan. Dit betekent dat de ziekte vaak al ver gevorderd is op het moment van diagnose. Chronisch nierfalen is niet te genezen, maar met de juiste behandeling kan de progressie worden vertraagd en de kwaliteit van leven aanzienlijk worden verbeterd.
Symptomen
De eerste en meest opvallende symptomen zijn verhoogde dorst (polydipsie) en verhoogde urineproductie (polyurie). Je hond drinkt aanzienlijk meer dan voorheen en moet vaker naar buiten om te plassen. De urine is waterig en licht van kleur. Verminderde eetlust en gewichtsverlies zijn veelvoorkomend. Je hond kan misselijk zijn, braken en last hebben van een slechte adem met een urine-achtige geur (uremische adem).
Naarmate het nierfalen vordert, kunnen andere symptomen optreden: lusteloosheid, spierzwakte, bloedarmoede (bleke tandvliezen), mondzweren, diarree en uitdroging ondanks het vele drinken. In de eindfase kan de hond stuiptrekkingen krijgen of in coma raken door de ophoping van giftstoffen. Het is belangrijk om te onthouden dat veel van deze symptomen pas optreden bij ernstig nierfalen.
Diagnose en stadiëring
Bloedonderzoek toont verhoogde waarden van ureum en creatinine, afvalstoffen die normaal door de nieren worden uitgescheiden. SDMA is een nieuwere marker die nierfalen eerder kan opsporen. Urineonderzoek toont verdunde urine en soms eiwitverlies. Chronisch nierfalen wordt ingedeeld in vier stadia (IRIS-stadiëring) op basis van creatinine en SDMA-waarden, wat helpt bij het bepalen van de behandeling en prognose.
Behandeling en management
Een speciaal nierdieet met verlaagd eiwit, fosfor en natrium is de hoeksteen van de behandeling en is bewezen effectief in het vertragen van de progressie. Fosfaatbinders worden toegevoegd als de fosforwaarden ondanks dieet te hoog blijven. Subcutane vloeistoftherapie kan thuis worden gegeven om uitdroging te bestrijden. Anti-emetica helpen tegen misselijkheid, en EPO-injecties kunnen worden gegeven bij ernstige bloedarmoede.
ACE-remmers verminderen het eiwitverlies via de nieren en beschermen de resterende nierfunctie. Regelmatige bloedcontroles, elke 2 tot 4 maanden, zijn nodig om het verloop te monitoren en de behandeling aan te passen. Met vroege diagnose en consequente behandeling kunnen honden met chronisch nierfalen nog maanden tot jaren een goede kwaliteit van leven hebben. De prognose hangt sterk af van het stadium bij diagnose.